Ome Jans Dagboek uit Vorden verteld door Hetty

Ome Jans Dagboek tijdens de Bevrijding verteld door Hetty

De opmars en het bivak bij Gotink. 

Klein Ikkink is naar Leesten geweest om te zien hoe het met z’n familie is gestemd, maar hij kwam een paar dagen later lopend weer terug. De Duitsers hadden hem vastgehouden, bang voor spionnen. Z’n meisje en zuster waren al op zoek naar hem en kwamen een dag of drie later weer thuis.

Een meisje uit Vorden is als spionne voor de Engelsen naar Zutfen gegaan, heeft daar met de Duitsers meegedaan en op de Tommies mee gescholden om op die manier de verdedigingswerken te zien te krijgen en zo goed op te nemen wat ze daar maakten. Op de terugweg naar Vorden vertrouwden de Duitsers het ineens niet meer en begonnen haar te bekogelen met handgranaten, maar omdat het al donker werd is ze er toch goed doorheen gekomen en heeft ze haar belevenissen kunnen vertellen.

Vannacht werd er nog weer hevig geschoten van Vorden naar Warnsveld en Zutphen. Vanuit een groot gebouw in Warnsveld werd er door de Duitsers geschoten met zware mitrailleurs om de Engelsen in hun opmars te stuiten op de hoofdweg naar Warnsveld. En doordat men dat gebouw graag wilden sparen, hebben ze maar met gas gespoten om hen zo onschadelijk te maken, zo werd ons later verteld (?).

In Almen en Lochem zijn ze intussen al het kanaal overgestoken en zijn de vijandelijkheden gestaakt.

Voor de middag ben ik naar Gotink geweest en heb een paar moffenschoenen gehaald. Er waren daar nog heel veel Engelse en Canadese troepen met vrachtauto’s met bootjes voor bruggen, verder tanks, kraanwagens, auto’s en motoren. Allemaal stonden ze in de weide voor het huis geparkeerd. En daartussenin stonden hun tenten wat hun nachtverblijf is, een prachtig gezicht!

Het is net een kermis op de markt, men loopt door elkaar en praat met iedereen. Ze slaan niet aan en springen niet in de houding als er een hogere voorbij komt. Een gebaar dat is alles, je ziet trouwens bijna niet of het een hogere is. Ze hebben naar gelang hun functie sterren op hun schouder.

Bij Bart Gelting stond de keuken waar ze alles bekokstoven, een lange rij pannen was buiten opgesteld waar dan een lange steekvlam onder brandt. Daarin zaten allerlei gerechten. Zo stonden ze dan in een lange rij, de jongens met hun bordje in de hand, waarop ze aardappelen kregen en in een blikken kom een heerlijk soort cake met een schep volle melk er op. De restjes werden verdeeld onder de aanwezigen, een alleraardigst gezicht.

 's Avonds was er dan koopgelegenheid bij verschillende tentjes: schoenen, kledingstukken en eetbare waar. Maar wij hadden die avond pech, er waren hoge heren op bezoek en durfden ze niet met hun waar voor de dag te komen. Een pond suiker en een ons thee hebben we nog gekocht voor 5 gulden.

Gotinks wei heeft nogal te lijden van al dat gerij. Als er een auto vastzit komt er eerst een kraanwagen en als het dan nog niet gaat komen er tanks, of ze dat nu willen of niet. Dat is de schaduwzijde er van. Daar hebben ze een heel werk mee om het weer in goede structuur te brengen. Maar aan de andere kant hebben ze ook kleding gekregen en eetbare waar. Er werd pas een hele emmer vol rijstsoep gebracht. Daar heb ik ook nog een paar borden van gehad, overheerlijk om zulk spul weer eens te proeven.

Pas reden we op onze terugreis van de vakantie van Vorden naar Zutphen en kwamen voorbij de plek bij Buitenzorg. Het koetshuis staat er nog. Tijdens zo'n aanval van de Engelsen was opa Bijenhof precies bij Buitenzorg aanbeland en liet z'n paard en wagen in de steek. Hij èn z'n paard hebben het er goed afgebracht, maar als kind heb ik dit vaak gehoorde en de spanning gevoeld. [Jagers hebben als doelwit de Duitse generale-staf | Zutphen 40-45]

Ook vertelden ze over het verplegend personeel van 't Groot Graffel dat met grote witte lakens naar de Engelsen was gelopen om te laten zien dat het hier een psychiatrisch ziekenhuis. [Groot Graffel onder vuur | Zutphen 40-45

Dagelijks cirkelt hier een postvliegtuigje rond die de Engelsen en Canadezen, die hier in de buurt zitten, de post te bezorgen. Je kan de piloot duidelijk zien zitten. Het schommelt zo grappig met z’n hangende pootjes. Ze hebben hier en daar hun vliegveldjes, zoals achter Vorden bij het zwembad en in de wei van Jolink tegenover de smid Beumer.

Beumer had op 31 maart in zijn smederij nog twee auto’s en motoren staan. Ik kwam er ’s morgens om het paard te laten beslaan. Maar dat was mis. 'Zij' [de moffen] gingen voor. Ik moest later maar eens weer komen. Ze waren er ’s morgens om 5 uur al gekomen en gingen ’s middags hals over kop weer weg omdat de Engelsen ze op de hielen zaten. Zodoende hadden ze niet veel tijd om de achterstallige slaap weer in te halen.

Ik moet meteen weer aan die Sicherheitsman denken die de vorige keer ook net bij de smid kwam toen ons paard beslagen moest worden. Toen pakte hij zo uit tegen een jongen die hem een beetje uitlachte toen hij zijn fiets liet vallen die door zijn kameraden was stuk gereden. “Wij zijn hier de baas”, zei hij. “Lach maar als je de bom van de Tommies op je kop krijgt”, en nog veel meer…. En toen moest ook de smid het nog ontgelden omdat hij zei geen rad meer te hebben. Hij met de smid voorop door het huis naar de winkel, maar toen hij bemerkte dat het zo was, ontdooide hij een beetje.

Maar wat een gezicht. Je zou zo’n kerel toch wel ik weet niet wat!. Hij is met z’n kameraden de eerste dag van de bevrijding in Barchem al gevangen genomen. Nu zal het wel uit zijn met: Wij zijn hier de baas!

De Tommies rijden met hun auto’s de boeren langs om eggs ( èèèks hoort ome Jan), zo zeggen ze. Daar zijn ze verduveld gek op. Verder krijgen ze eten genoeg, Ze ruilen ze graag voor thee, één doosje thee voor 3 eieren, 2 doosjes sardines voor 1 ei. Suiker, meel, rijst, cacao en sigaretten… ook voor eieren, maar ook wel voor geld, voor money zoals zij zeggen.

Op een avond in de schemer kwamen ze eens met z’n vieren. Toen hebben ze nog eieren geruild tegen sardientjes en thee. En meneer van Mourik kreeg ook nog een doosje met het een en ander omdat hij zoveel als tolk fungeerde, een alleraardigst gezicht.

Eenvoudige, vriendelijke gezichten, geen geschreeuw zoals de moffen doen wanneer ze bij elkaar zijn. Die kwamen ook de boeren langs, maar als een afgetakeld leger, lopend of met een oud paard en niet om te ruilen, want zij hadden niets om te ruilen.

Zij moesten eieren hebben om in leven te blijven of op krachten te komen. Niettemin als we de jongens stuk voor stuk bij ons hadden waren ze zo kwaad nog niet, een enkele uitgezonderd. Ze wilden ook graag anders, ook werken zoals wij. Maar zij konden niet anders omdat op elke blijk van onwil of verzet de doodstraf stond.

Maar het regime van het hele Duitse leger deugt niet. Het past ons dus eigenlijk niet om te zeggen dat alle moffen en héél Duitsland niet deugt en moet verdwijnen. Nee, het Duitse volk en het leger is ermee vergiftigd en bedorven.

Bron: Hetty