Brief van Bernard uit Zutphen [51]

Ons menu:

Stelt U voor: des morgens, zodra ik met een slaperig
gezicht aan de ontbijttafel verschijn, moet ik beginnen met een stapel ‘wittebrood’ sneden van 7 stuks, zo mede een stapel roggebroodsneden van 4 à 5 

Meestal eet ik al het roggebrood op en 4 pillen ander
brood. Eén snee druk ik achterover voor het kippetje
van vader.

Zodra ik om half een thuiskom moet ik achter de
koffie, vervolgens wordt opgediend: soep met
varkensvlees en worst, daarna aardappelen,
groente en vlees (varkens- of rundervlees), hierna òf
een lekker bord pap (vaak tarwepap, zalig!) òf een
puddingske, waarin een ei zit verwerkt’.

‘Gij kunt begrijpen, dat ik na de maaltijd geen pap
meer kan zeggen. Ik waggel naar een luie stoel om daar enigszins van de copieuze maaltijd te bekomen onder het roken van een pijpje tabak. Des avonds is het net zo.'

Eerst een dik bord soep of pap vooraf, vervolgens
moet ik weer beginnen met een tas brood van 8
stuks en roggebrood van 5 stuks.

Ik mag zoveel boter gebruiken als ik maar wil, ver-
volgens staat een grote 40 plus tot mijn beschikking,
jam, stroop, bruine suiker en gemarineerde kleine
haringen.

Wie doet je wat?

Vanmorgen kreeg ik zo’n ding van een kippetje, hoe
noem je zo’n ding ook al weer? Maar daarom is het
ook Zondag’
.