Ben toch zó dankbaar dat wij nog leven [..]

In de tuin van onze buurman zijn 6 kraters en in de onze 3. Vlak voor de trap van de andere buur ook één. Dan weer een huis verder, een door ‘t dak, en ga zoo maar door.

Ik ben toch zoo dankbaar dat we ‘t er levend af gebracht hebben en nog konden liggen in de kelder [..].
Ik zegen de bouwer (al ís ‘t een NSB-er), om de stevige constructie van zijn huizenbouw.