Wát een angstaanjagend geluid [..]

Boem, boem steeds maar door. ‘t Was de Blafhond in olifantsvorm. Wát een angstaanjagend geluid [..]. We dachten de tanks, die dwars door de versperring bij de kazerne wou doorbreken, het geluid daverde aan.

Wat zullen ze in Warnsveld beleefd hebben? Eindelijk zwenkte hij om en leek de Bernardlaan op te brullen, maar daar zou ’t voor de Julianabrug blijven hangen. Die hebben ze de 1ste keer niet goed laten springen, zoodat het de 2de keer beter lukte.

Van 4 tot half 6 zaten we tegen de muur in de dekens en kussen gewikkeld op de grond van de kelder, de hardstenen stoep boven ons. En toen die razende boem ophield, kwamen er vreeslijke zware granaten. Oorverdovend..