Wat een vreselijke uren hebben we doorgemaakt [..]

De bevrijding wordt duur gekocht, maar tot nog toe zijn we nog in de kelder en leven zonder gewond te zijn. Goede god, wat een vreeslijke uren hebben we doorgemaakt, en wat zullen we nog beleven verder [..].
De strijd is even verplaatst naar het Deventerwegkwartier. We hebben daardoor even wat gegeten, koude aardappelen, gisteren al gekookt en ‘t laatste brood. Vader slaat de deuren van de kelder weer in elkaar, al zijn alle ruiten stuk, op 2 na. Met papier willen we ‘t voor de nacht graag wat tochtvrij maken.