NSB-ers vluchten uit Zutphen [121]

Om drie uur kregen de Rijks Nazi’s (o.m. onze buurvrouw Götzen [A.J.K.K. Götzen, monteur, Warnsveldseweg 37] aanzegging om zich op De Kap te Warnsveld te verzamelen. De NSB-ers moesten zich op de Houtwal melden om per tram naar Doetinchem te gaan. Zelders [buurman] en ik zijn er lopende via de Graaf Ottosingel heen geweest.

Allereerst zagen we de familie Hetebrij, een dikke vrouw met een sleep kinderen achter zich & twee volgepakte kinderwagens met rommel.
Verder waren er de gymnastiekleraar Rubé & de vrouw [H.J. Rubé en Rubé-Lijsen, leeraar M.O. Lich. Oefening, Coehoornsingel 86] met een karbies op de schouder & beide met rugzakken uitgerust & de wandelstok in de hand.

'Ha, die Globetrotters', zeiden de mensen. Kootje Klem bracht zijn spul op een bakkerskar naar de Houtwal. Op de Deventerweg moeten enkele vluchtelingen gefotografeerd zijn.

Halverwege de Ottosingel hoorden we schieten bij de Houtwal, de NSB-ers werden kennelijk nijdig bij al dat gekijk. Op de fiets ben ik daarna opnieuw naar de Emmerikseweg getogen; het was er betrekkelijk rustig. Toen er echter weer meer kijkers kwamen werd er opnieuw geschoten. Een jongen met hagelkorrels in beide kuiten werd naar ‘t ziekenhuis gebracht...

Van de Emmerikse brug af hebben we het zaakje zien vertrekken: in open goederenwagens, boven op hun pakken, koffers, zakken en dekens. De halve Polsbroek liep leeg: joelend, schreeuwende en dàgwuivend.
De NSB-ers werden wild en schoten als razenden uit de rijdende tram […], ook verderop nog in de volle straat. Ook enkele achtergebleven Landwachters begonnen te schieten & wij maakten dus, dat we wegkwamen.
Nauwelijks was de tram vertrokken, of ‘t begon te plensregenen & alleen de laatste wagen was een overdekt personenrijtuig [..]!