Ooit moesten ze niks hebben van Hitler [456]

De meerderheid van de Duitsers moesten in de jaren ’30 niets van de Oostenrijker Hitler hebben. Echter, domweg omdat Hitler op tijd, met zijn kleine splinterpartijtje, zijn zaakjes voor mekaar had, en vooral omdat de Amerikaanse crisis van 1929 ook in Duitsland toesloeg, zorgde er voor dat hij zich snel in de kijker kon manoeuvreren.

Hij werd de ‘knuffel’ van sommige Engelse hoofdredacteuren van grote dagbladen tot aan de Amerikaan Henry Ford toe, de rijke autobouwer (en antisemiet) en van vele Duitse groot industriëlen. Zij stortten grote bedragen in Hitlers partijkas. Ze dachten via hem het Communistisch Gevaar te kunnen keren. Voor het eerst steeg zijn kleine partijtje in no-time in de peilingen. 

De Duitse elite dacht in Hitler een tijdelijke zetbaas te hebben gevonden, die de massa klaar moest stomen voor een later herstel van hun weer in te nemen macht. In de zeer verdeelde republiek oefenden deze elite dan ook om deze reden druk uit op de hoogbejaarde rijkspresident Von Hindenburg om Hitler aan te stellen als rijkskanselier.

Eenmaal gekozen, bleek Hitler een wolf in schaapskleren en bleek dat men hem zeer had onderschat! Na zijn aanstelling n.l. vestigde hij binnen een paar weken een dictatuur en waren zijn concurrenten gedood of gevangen gezet in de eerste concentratiekampen.

Het bizarre is, dat er na zijn aanstelling in 1933, meerdere maanden ‘rust en harmonie’ was in de Duitse samenleving. Men kreeg weer werk en Hitler leek alles wat hij had beloofd te kunnen waarmaken. Maar ze hadden Hitler's boek 'Mein Kampf' beter moeten lezen...

Al snel bemerkte men dat Hitler een eigen agenda had, met o.a. zijn snelle start met het doden van duizenden zwakzinnigen in de diverse geheime inrichtingen, uitgerust met een gaskamer [..]; de militarisering; de verheviging van de 'jacht' op met het uiteindelijke doel: de vernietiging van het Joodse volk.

Al had men anders gewild, men kon nu niet meer terug. Twaalf jaren met Hitler volgde. Het Duitse volk was verraden door een hoog opgeleide, intelligente 'elite van het kwaad'.