Iets warms langs haar voorhoofd [..]

Daar is Riekje (van Bonzel) door ‘t oog van een naald gekropen. De van Bonzels lagen met hun drieën de heele winter al voor de V1’s in de achterkamer. Met zoo’n slag voelde Riek iets warms langs haar voorhoofd gaan en kreeg op de divan, die op dezelfde plaats als de onze staat, een krasje van de scherf, die de voordeur binnenkwam, door de voorkamerdeur en de kast ging, toen door de openstaande achterkamerdeur en zoo langs Riek de dekens in, waar ‘t ding groote gaten in woelde en tot rust kwam. Nu zal vannacht ieder wel in de kelder slapen.