Ze schrikt zich elke keer een hoedje [..]

De [Organisation] Todt is zoo langzamerhand zoowat gepiept. Er is wat in de auto’s geladen. Van de Bernhardlaan zijn ze verdwenen en de radio’s zijn door de bewoners al uit de huizen gehaald.

Gé staat in de voordeur. ‘t Weer wordt wat dragelijker, maar ze schrikt zich elke keer een hoedje en stuift de trap van de kelder af. ‘t Is ook bar, dat geknetter. ‘t Is nu half 5, en er valt niks meer te vertellen.